Deel 3 · PromptingLes 13 van 22
Intermediate~7 min

Gevorderde prompts per doel

In het kort: Elk soort werk vraagt een iets ander promptpatroon. Je krijgt kant-en-klare recepten voor schrijven, analyse, onderzoek en coderen, plus het extraatje dat Copilot nodig heeft: je scope benoemen.

Wat je hierna kunt: Het juiste promptpatroon kiezen voor schrijven, analyse, onderzoek of coderen, en weten wanneer je je scope benoemt.

Je kent het recept intussen: rol, taak, context, voorbeelden, formaat. En je weet hoe je een antwoord bijstuurt. Deze les draait om één inzicht: elk soort werk vraagt een net iets andere prompt. Het recept zelf blijft altijd hetzelfde. Maar een prompt voor een mail steunt op toon en voorbeelden. Een prompt om een spreadsheet te analyseren steunt op de precieze vraag die je stelt.

Je krijgt hier vier patronen voor de vier klussen die je het vaakst tegenkomt: schrijven, analyse, onderzoek en coderen. Bij elk hoort een uitgewerkt voorbeeld in Copilot. Pik ze, pas ze aan, en hou de patronen die bij jouw werkweek passen.

Schrijven: teksten, herwerken en toon

Bij schrijfwerk draait alles om twee vragen. Wie leest het? En hoe moet het klinken? Zet die dus vooraan. De grootste winst? Toon een voorbeeld van de stem die je wil, en beschrijf ze niet. "Volg dit" wint van vijf bijvoeglijke naamwoorden.

Een patroon dat altijd werkt:

Je schrijft in mijn naam: [wie je bent, in één zin]. De lezer is [wie] en vindt [wat] belangrijk. Taak: [wat je wil laten schrijven]. Toon: zoals dit voorbeeld [plak iets wat je zelf schreef]. Niet stijf, niet verkoperig. Formaat: [lengte en vorm]. Sluit af met [de vraag of de volgende stap].

Uitgewerkt voorbeeld, een Teams-post over een productupdate:

Je schrijft in mijn naam. Ik ben oprichter en heb een hekel aan bedrijfsjubel. De lezer is een drukke operations manager die op zijn gsm scrolt. Taak: een korte post die aankondigt dat onboarding nu twee dagen duurt in plaats van twee weken. Toon: zoals dit voorbeeld [plak een eigen post die goed werkte]. Droog, menselijk, geen "trots om aan te kondigen". Formaat: maximaal 100 woorden, één duidelijke boodschap, een witregel voor de laatste zin zodat die binnenkomt. Geen hashtags.

Wat je terugkrijgt, klinkt als jij. Niet als de standaard bedrijfsruis. Zit de eerste versie ernaast? Stuur bij met één concrete opmerking, zoals in de vorige les.

Analyse: van data en tekst naar inzicht

De klassieke fout: Copilot vragen om "dit te analyseren" en hopen dat het raadt wat je zoekt. Dat lukt niet. Een analyseprompt heeft een echte vraag nodig, en een duidelijk beeld van wat een bruikbaar antwoord is.

Het patroon:

Hier is [de data of tekst, als bijlage of in het open blad]. Vraag: [wat je precies wil weten]. Let op: [wat telt: trends, uitschieters, de reden achter een cijfer]. Geef me: [de vorm: drie belangrijkste bevindingen, een korte tabel, één aanbeveling]. Ben je ergens niet zeker van, zeg het dan en gok niet.

Uitgewerkt voorbeeld, een maand supporttickets in Excel:

Hier zijn de supporttickets van vorige maand [het open blad]. Vraag: waar lopen klanten echt op vast, en wordt het beter of slechter dan de maand ervoor? Let op: de grootste thema's in aantal, en elk thema dat snel groeit, ook als het nog klein is. Geef me: de top vijf problemen in een korte tabel (probleem, aantal, trend), en daarna één zin over wat ik eerst moet aanpakken. Is de data te mager om iets te besluiten, zeg het dan.

Die laatste zin telt. Laat Copilot zelf zeggen waar het twijfelt. Zo hou je een zelfzeker klinkend cijfer tegen dat je eigenlijk niet kan vertrouwen. En daarmee zitten we bij onderzoek.

Onderzoek: bronnen zoeken en checken

Bij onderzoek doet een fout antwoord de meeste schade. Waarom? Het klinkt even zelfzeker als een juist antwoord. Omdat Copilot standaard web grounding gebruikt, grijp je hier snel naar. Net daarom draait het hele patroon om één gewoonte: vraag om bronnen, en check de bronnen die ertoe doen.

Het patroon:

Zoek uit: [de vraag]. Ik wil: [wat je zoekt, en hoe diep]. Geef bij elke belangrijke bewering de bron en een link. Hou apart wat zeker is en wat wankel is. Spreken bronnen elkaar tegen, zeg het dan.

Uitgewerkt voorbeeld, een markt checken voor een pitch:

Zoek uit hoe de markt voor maaltijdboxen in België eruitziet. Ik wil: een ruwe schatting van de marktomvang, de drie grootste spelers, en één trend die het voorbije jaar veranderde. Geef bij elk cijfer de bron, een link en de datum. Duid aan wat je niet kan staven. Vind je cijfers die elkaar tegenspreken, toon me dan de spreiding. Maak er geen net gemiddelde van dat niet bestaat.

Dan komt het stuk dat geen enkele prompt voor je doet. Open de links bij de beweringen die je straks hardop gaat herhalen. Copilot is een snelle onderzoeker, geen factchecker. Zelfzeker klinken en juist zijn, dat zijn twee heel verschillende dingen. Dat verschil overbruggen is jouw werk.

Je scope benoemen

Dit is het stuk dat een Copilot-prompt nodig heeft en een Claude-prompt niet. Claude begint bij een leeg blad. Een vage prompt is daar vaag, maar wel voorspelbaar. Copilot begint al voorgeladen: in je mail, je bestanden, je Teams-chats. Dat is een voorsprong. Maar zonder scope kan een prompt overal uit putten. Dezelfde vraag kan dan een ander antwoord geven, afhankelijk van wat toevallig net actief was.

De oplossing is eenvoudig. Gaat het om meer dan een snel, alledaags vraagje? Noem dan welk bestand, welke mailbox, welk kanaal of welke periode je bedoelt. "Vat onze Q2-cijfers samen" kan vijf verschillende documenten zijn. "Vat de Q2-cijfers samen uit het Teams-kanaal Finance Review, gepost deze maand" kan er maar één zijn. Hoe scherper je mikt, hoe minder Copilot moet gokken. En hoe meer kans dat je collega morgen hetzelfde antwoord krijgt op dezelfde vraag.

Coderen: uitleggen, schrijven en fixen

Je hoeft geen developer te zijn om hier iets aan te hebben. Veel werk raakt wel ergens aan een formule, een script of een stukje code dat iemand ooit achterliet. Een codeerprompt heeft drie dingen nodig: de taal, het doel in gewone woorden, en een voorbeeld van de input en de output die je verwacht.

Het patroon:

[Taal of tool, bijvoorbeeld: een Excel-formule.] Doel: [wat het moet doen, in gewone woorden]. De input ziet er zo uit: [voorbeeld]. De output moet er zo uitzien: [voorbeeld]. Leg in één zin uit wat het doet, zodat ik het kan nakijken.

Uitgewerkt voorbeeld, een formule in een spreadsheet:

Een Excel-formule. Doel: duid in kolom D elke bestelling boven 1000 euro aan die nog niet betaald is. Input: in kolom B staat het bedrag, in kolom C de status ("betaald" of "niet betaald"). Output: het woord "OPVOLGEN" als het bedrag boven 1000 ligt en niet betaald is, anders leeg. Geef me de formule en één zin over hoe ze werkt.

Je gaf een voorbeeld van wat erin gaat en wat eruit moet komen. Zo check je het resultaat in een paar seconden tegen je eigen blad. En omdat Copilot de formule in één zin uitlegt, plak je nooit iets in wat je zelf niet snapt. Werkt het niet? Zeg Copilot wat je verwachtte en wat je kreeg, en het lost het op.

De rode draad

Valt het je op? Dit zijn geen vier verschillende vaardigheden. Het is één recept met vier petten: een duidelijk doel, de juiste context, en de vorm van het antwoord dat je wil. Schrijven steunt op toon en voorbeelden. Analyse en onderzoek steunen op de precieze vraag en op eerlijkheid over wat onzeker is. Coderen steunt op voorbeelden van input en output. Hetzelfde skelet, telkens een ander accent. Plus die ene extra gewoonte die je overal mag meenemen: je scope benoemen.

Eén recept, vier klussenEen centraal recept: rol, taak, context, voorbeelden, formaat, verbonden met vier kaarten: schrijven, analyse, onderzoek, coderen. Zelfde basis, andere nadruk per klus.Eén recept, vier klussenRol · Taak · Context · Voorbeelden · FormaatSSchrijvenToon envoorbeelden.AAnalyseDe exacte vraag.OOnderzoekBronnen,gecheckt.CCoderenVoorbeeld in,voorbeeld uit.Hetzelfde recept in vier gedaantes, plus je scope benoemen, specifiek voor Copilot.

Probeer het

Kies het doel dat het dichtst bij je werk van deze week ligt: schrijven, analyse, onderzoek of coderen. Neem het patroon dat erbij hoort en vul het in met iets echts. Vraagt de taak erom, noem dan een specifiek bestand, een mailbox of een kanaal. Laat Copilot het uitvoeren.

Zit het eerste antwoord er dicht bij, maar nog niet helemaal? Begin niet opnieuw. Stuur bij met één concrete follow-up. Dan heb je elk stuk gereedschap uit het deel Prompting op echt werk gebruikt. En daar was het van in het begin om te doen.

Kernbegrippen

Korte quiz

Vraag 1 van 5

Vijf snelle vragen. Alles juist? Dan gaat de volgende les open.

1. Wat maakt een schrijfopdracht het betrouwbaarst beter?

Deze les voor een andere tool

Werk je met een andere AI-tool? Hier vind je dezelfde stap van de cursus voor die tool.

Verder lezen

Rollo AI AcademyOp zoek naar meer gevorderde AI-training voor je team?Hier leer je de basis, gratis. Rollo Academy gaat verder: hands-on training in-company, rond het echte werk van je bedrijf.Ontdek Rollo Academy →